Wat er zo geweldig is aan chatbots – en wat niet

Nog maar een paar maanden kwam ik de naam voor het eerst tegen: chatbots.

Een chatbot is een computergestuurd algoritme waar je als mens mee kunt converseren. Op basis van die conversatie leert de bot en geeft het betere suggesties. Denk Siri, maar dan zelflerend.

Inmiddels gaat de ontwikkeling van chatbots razendsnel. Ieder groot techbedrijf lijkt er op in te springen. Google komt met Allo, een chatbot waarmee je in-app kunt praten en zoekopdrachten kunt uitvoeren en Facebook komt met iets soortgelijks. Slack stimuleert ontwikkelaars om zelf chatbots te maken.

Een voorbeeld van Nederlandse bodem zijn de BotBoys. Zij wonnen de NOS Chatbot Challenge met een bot die nieuws brengt naar jongeren in plaats op basis van hun social media uitingen. Lees de fijne blog hier.

Hoe werkt zo’n bot? (de niet techie versie)

Voor zover ik het concept ‘chatbot’ snap als niet techneut is dit een omschrijving van hoe het werkt:

In feite is de chatbot een combinatie van verschillende technieken. In z’n zuiverste vorm is het kunstmatige intelligentie. Het combineert de verschillende technieken om het algoritme slim te laten reageren.

Het gebruikt hoeveelheid aan data + taal + allemaal andere complexe algoritmes om suggesties te doen en zelf nieuwe dingen te leren op basis van die suggesties.

Een van die technieken is Natural Language Processing. Wie het Google I/O festival van een paar weken terug bekeek, hoorde dat woord een paar keer voorbij vallen.

Natural Language Processing is een methode waarmee de bot eigenlijk leert hoe de menselijke taal werkt. Hoe meer data de robot heeft over, hoe beter hij de taal begint te begrijpen. In theorie kan een robot zelfs taalclichés herkennen als het de juiste data heeft.

Natural Language Processing is een van de redenen waarom we Google Books en Google Translate hebben. Dit zijn allebei bronnen waar Google maar al te goed gebruik van kan maken om te werken om de chatbot meer te laten leren over onze taal. Maar ook alle zoektermen (“Hoe werkt een windmolen?”) gebruikt Google als input voor de machine.

Google heeft dus in feite een enorme brei aan data die ze kunnen gebruiken om zo’n chatbot te maken.

Minder coole dingen aan chatbots

Zijn er ook keerzijden? Ja tuurlijk. De filter bubble. De jongens van BotBoys schrijven er ook over.

“Ook willen we het filter minder een persoonlijke ‘bubble’ maken door wat de NOS aangeeft als belangrijke trends en nieuws ook door het filter te laten.”

Als een robot alleen maar kan aanbieden wat jij interessant vindt dan sluit je jezelf af voor de rest van de wereld. Toegegeven, ik geef zelf ook niet zoveel nieuws dat een ver-van-mijn-bed-show is.

Maar dat zegt niet dat het niet belangrijk is. Misschien moet ik zelf een klein beetje meer moeite doen om dat nieuws te zoeken.

De filter bubble is echt en hij bestaat al, maar chatbots zouden die bubble nog groter kunnen maken. Ik ben benieuwd waar dat heen gaat. 

In de chatbo(o)t springen
(sorry voor de slechte subkop…)

Als je nu een programmeur bent met een goed stel conceptuele hersens dan zou ik ze aan het werk zetten. Maar niet alleen programmeurs moeten hun ogen open houden voor de succeskansen van chatbots.

Ook marketeers kunnen kansen grijpen met chatbots. Er bestaan al chatbots voor webshops die doen alsof ze een mens zijn en je al chattend overtuigen om je dingen te laten kopen.

Zelf zie ik kansen met ‘conversational interfaces’. Als de bots slimmer worden hebben ze een persoonlijkheid nodig. Ik weet nog niet precies hoe, maar het lijkt me fantastisch om het karakter van een bot te omschrijven alsof het een mens zou zijn.

De baan van de toekomst?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *